background
Michal Shabtay - Song of Songs (1987) - (Foto via kunstenaar)
Artikel

Blog

Mediakunst in Nederland (1975-1995)

In kader van het project ‘Mediakunst op Wikipedia’ wordt onder andere onderzoek gedaan naar de verbanden tussen verschillende makers die actief zijn geweest in de periode 1975-1995. In dit artikel worden drie van deze kunstenaars belicht: Michal Shabtay, Christine Koenigs en Irene Fortuyn.

Geschreven door Natasha Wiesemann

Michal Shabtay (1952), Christine Koenigs (1952) en Irene Fortuyn (1959) zijn kunstenaars met volledig verschillende kunstenaarspraktijken. Toch zijn er een aantal overeenkomsten te vinden tussen de generatiegenoten. Zo valt in gesprek op dat geen van deze drie makers zichzelf onsterfelijk heeft willen maken door middel van werk dat voor lange tijd zou blijven bestaan. Ze werden aangetrokken tot de eindigheid van het medium video. Juist het laten zien van het proces van het maken is een van de drijfveren achter de werken van Shabtay, Koenigs en Fortuyn.

Door video te combineren met performance- en/of installatiekunst, wordt dit idee van vergankelijkheid versterkt. Performances en installaties zijn na het verstrijken van hun opsteltermijn niet alleen klaar, maar ook weg. Als er al een opname van een van een performances wordt gemaakt, dient deze meestal alleen ter herinnering of documentatie - en niet als kunstwerk op zich.

Het gebruik van video binnen performance- en installatiekunst kan worden gezien als een spiegel (toetsingsmogelijkheid), een geheugen (registratie) of als ruimtelijk/beeldend materiaal.

Daarnaast zorgde het gebruik van het nieuwe medium video er in de jaren 1970 voor dat kunstenaars konden experimenteren met registraties van de werkelijkheid waarbij niet alleen het eindresultaat, maar ook het proces zelf als kunst kon worden gezien. Kunst hoefde niet langer een object te zijn en kon ook buiten de muren van musea plaatsvinden. 

Song of Songs, Michael Shabtay, 1987.
1987 (Foto via kunstenaar)

Michal Shabtay

Michal Shabtay (1952) groeide op in Kiryat Tiv'on in het noorden van Israël. Haar ouders zijn afkomstig uit Irak. Van jongs af aan is film een belangrijk aspect in haar leven. Op jonge leeftijd keek ze al stiekem via een ventilatierooster naar films die werden vertoond in het plaatselijke filmhuis in Kiryat Tiv'on.

Op het moment dat ze de film Blow-Up (1966) van Michelangelo Antonioni zag, veranderde haar fascinatie voor film in een blijvende passie. Ze ging film studeren aan de Universiteit van Haïfa maar emigreerde in 1975 naar Nederland uit teleurstelling in de Israëlische bezettingspolitiek. Daar volgde ze opleidingen aan de Vrije Academie en de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag en richtte ze zich op video-, performance- en installatiekunst.

Het werk van Shabtay gaat over de verhouding tussen realiteit en verbeelding. Een van de voornaamste aspecten die haar aantrekt in video is de eindigheid ervan.

Ze legt uit: ‘Ik ben socialistisch opgevoed, niet kapitalistisch of materialistisch. Zo heb ik ook altijd naar kunst gekeken. Video was voor mij een kortstondig iets, je kon het toen ook niet bewaren. We dachten toen dat het na een bepaalde tijd zou vergaan.’

In haar werk maakt Shabtay veel gebruik van haar kennis omtrent historische culturele tradities om hedendaagse ontwikkelingen te belichten. Kenmerkend voor haar werk is het intensief en persoonlijk gebruik van teksten, beelden en symbolen.
Ook thema's zoals natuur, erotiek, geweld en oorlog keren regelmatig terug.

Shabtay produceerde haar werken voornamelijk bij Time Based Arts, een organisatie die in 1983 werd opgericht door de Vereniging van Videokunstenaars om kunstenaars te ondersteunen bij de productie en promotie van mediakunst.

Shabtay’s werk Song of Songs (1987) is een theaterstuk waarin gebruik wordt gemaakt van het medium video; het werk wordt door de kunstenaar zelf omschreven als Hooglied.
Het theaterstuk bestaat uit negen monitors die op een podium worden verplaatst door in zwarte kleding gehulde acteurs. Op de schermen worden verschillende videofragmenten afgespeeld, terwijl de monitors middels een vaste choreografie over het podium werden bewegen.

In het stuk wordt door een verteller op de negende monitor de Song of Songs voorgedragen. Het verhaal gaat over een bruid en bruidegom en hun traditionele Joodse bruiloft. Over het algemeen zijn er steeds twee monitors gereserveerd voor de rol van bruid en bruidegom, terwijl de overige zes monitors decoratieve en symbolische scenes tonen. Het werk vertaalt Shabtay’s blik op relationele Oosterse tradities.

Christine Koenigs

Christine Koenigs (1952) groeide op in Wageningen en Bennekom. Als kleindochter van befaamd kunstverzamelaar Franz Koenigs (1881-1941) en achterkleindochter van schilder Graf Leopold von Kalckreuth (1955-1928) speelde kunst op jonge leeftijd al een belanrgrijke rol in haar leven.

Met haar ouders bezocht Koenigs regelmatig musea, en al vroeg besloot ze zelf kunstenaar te worden. Van 1969 tot 1972 volgde ze de vrij-schilderopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Daarna verhuisde ze naar Parijs, waar ze twee jaar verbleef. Sinds 1974 woont en werkt ze in Amsterdam, waar ze tot halverwege de jaren 1990 actief is geweest als beeldend-, installatie- en mediakunstenaar.

Koenigs’ werk wordt gekenmerkt door een conceptuele insteek. In totaal maakte ze ongeveer tien experimentele films. Daarnaast maakte ze een aantal video- en filminstallaties die onder andere te zien waren in onafhankelijke Amsterdamse kunstenaarsinitiatieven zoals Aorta (1982-1988) en W139. Slechts een paar van deze installaties zijn gefilmd en bewaard gebleven.
"Vaak waren het haast weggooi-installaties. Maar dat vond ik er juist zo ontzettend leuk aan."

In 1975 begon Koenigs aan haar project Regen, ze maakte schilderijen en litho's. Omdat ze de beweging van regen wilde visualiseren presenteerde ze in 1977 haar eerste videowerk Regen, welke op het filmfestival in Bilbao de eerste prijs won in de categorie animatie. Het werk werd gemonteerd bij Montevideo, waar het later ook in het raamkozijn werd vertoond.
Ook voor haar film Level (1982) ontving ze verschillende prijzen: de distributieprijs op het Nederlands Film Festival en ’the Diplôme of Merit’ op het filmfestival van Melbourne.

Christine Koenig - Regen (1978)
In Collectie: LI-MA

Koenigs’ film I.I.I. Industry, Intelligence, Integrity (1983) is een werk waarin tijd centraal staat.

Via het uitwisselingsprogramma voor kunstenaars van de Albert Franck Stichting kreeg Koenigs de mogelijkheid om naar Toronto te reizen, de 'tweeling(stad)' van Amsterdam. 'Industry, Intelligence, Integrity' zijn de drie woorden die het wapen van de stad vormen, welke als achtergrond voor de film dient. De film geeft het bruisende leven van deze metropool weer in een beleving van vorm en tijd.

Na het filmen, liep Koenigs bij het editen tegen een aantal tegenslagen aan. De editor bleek onbekwaam en maakte het werk niet af, waarna ze bij toeval in contact kwam met Phil Hudsmith, de editor van een aantal films van Leni Riefenstahl. Na hun ontmoeting besloot Hudsmith de montage voor I.I.I. Industry, Intelligence, Integrity op zich te nemen. Het werk werd vertoond op verschillende filmfestivals en behoort inmiddels tot de collectie van de City van Toronto, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Stedelijk Museum Amsterdam en het Eye Filmmuseum. 

Het werk Suzanna in het Bad (1989) kwam tot stand nadat beeldend kunstenaar Franck Gribling Koenigs vroeg deel uit te maken van zijn project Étant Données (1987-1988).
Deze 'peepshow’-tentoonstelling op de Wallen in Amsterdam was geïnspireerd op Marcel Duchamps gelijknamige werk.

Samen met kunstschilder Peter Klashorst maakte Koenigs een installatie gebaseerd op Rembrandts schilderij Susanna in Bad. Via een peep-hole in de deur van Griblings studio was Klashorsts aandeel te zien: een schilderij van een model in dezelfde houding als Rembrandts Susanna. Koenigs filmde haar model terwijl zij zich in dezelfde houding in een meer waste, en projecteerde dit over het schilderij van Klashorst.

Tijdens deze opnamen lag Koenigs’ pasgeboren zoon Zeno Koenigs tevreden te slapen tussen de benen van de tripod. Toeschouwers die het werk via het peep-hole bekeken vervulde eenzelfde rol als de voyeurs op het schilderij van Rembrandt. Het werk is inmiddels opgenomen in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Much Ado About Nothing, Irene Fortuyn, Robert O'Brien, 1984
1984. In collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (Still via Mediakunst.net)

Irene Fortuyn

Irene Fortuyn (1959) groeide op in Geldrop, in de buurt van Eindhoven. Als kind verkende ze ‘al makend’ de wereld. Zo werd het fundament gelegd voor haar carrière als kunstenaar. Na een middelbare schooltijd in Hong Kong besloot Fortuyn, enigszins gestuurd door haar moeder, de lerarenopleiding te volgen aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (1977-1982).

Daarna ging zij haar passie achterna en was ze in 1982-1983 resident aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Van 1983 tot 1986 volgde ze tevens de opleiding filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Fortuyn is ontwerper, beeldhouwer en installatiekunstenaar. 

Van 1983 tot 1988 vormde Fortuyn samen met haar man Robert O’Brien het kunstenaarsduo Fortuyn/O’Brien. Na O’Briens dood in 1988 bleef ze onder deze naam verder werken, een bewuste afspraak tussen de partners. De naam staat volgens hen voor een bepaalde mentaliteit, niet voor een persoon.

In het werk dat onder deze naam wordt staat de observatie van de realiteit centraal: de manier waarop een (kunst)object zich verhoudt tot zijn omgeving. Bevragen en onderzoeken zijn centrale thema’s in het werk van Fortuyn, en het proces van het maken is voor haar belangrijker dan het eindwerk. 

Binnen Fortuyns praktijk ligt de focus niet nadrukkelijk op mediakunst. Wel heeft Fortuyn/O’Brien een aantal videowerken gemaakt in de jaren 1980, zoals Much Ado About Nothing (1984). In dit werk zijn Fortuyn en O’Brien te zien terwijl zij samen naar een schilderij kijken en hierover praten. De dialoog en het idee voor deze korte film zijn bedacht door het kunstenaarsduo, maar de productie is uitgevoerd door schrijfster Margriet de Moor.

In 1991 vond in het Stedelijk Museum Amsterdam Fortuyns solotentoonstelling Marble Public plaats. Fortuyn omschrijft deze tentoonstelling tijdens een interview voor Hollandse Meesters als een keerpunt in haar carrière.

De vraag waarom kunst alleen binnen de muren van een museum zou kunnen bestaan liet haar niet meer los. Fortuyns praktijk werd hybride en haar focus verschoof naar buiten. Ze heeft meerdere parken en andere openbare ruimtes ontworpen, waaronder het Wilhelminapark in Amsterdam (1994).

Bronnen

Boomgaard, J. en B. Rutten (eds.), The Magnetic Era: Video Art in the Netherlands 1970-1985, NAi Publishers (Rotterdam) 2003. 

Eye, ‘Christine Koenigs’, 2014 <https://filmdatabase.eyefilm.nl/collectie/filmgeschiedenis/persoon/christine-koenigs> [7 januari 2022]. 

Fortuyn, I. en R. O’Brien, Fortuyn/O’Brien, Fortuyn/O’Brien (Amsterdam) 2000.

Hollandse Meesters, ‘Irene Fortuyn’, 2016 <https://hollandsemeesters.info/posts/show/8034> [6 januari 2022]. 

Joods Cultureel Kwartier, ‘Tentoonstelling De Belofte: een Installatie door Michal Shabtay’, 1997 <https://jck.nl/nl/tentoonstelling/de-belofte-een-installatie-door-michal-shabtay> [23 december 2021].

LIMA, ‘Mediakunst op Wikipedia’, 2021 <https://www.li-ma.nl/lima/article/mediakunst-op-wikipedia> [1 januari 2022].

LIMA, ‘Michal Shabtay, Artist in distribution, Israel, 1952’, zonder datum <https://www.li-ma.nl/lima/catalogue/agent/michal-shabtay/67> [23 december 2021].

Lopez, S., A Short History of Dutch Video Art, episode publishers (Rotterdam) 2005. 

Nederlands Film Festival, ‘I.I.I. – Industry, Intelligence, Integrity’, zonder datum <https://www.filmfestival.nl/film/i-i-i-industry-intelligence-integrity> [6 januari 2022]. 

O’Hagan, S., The Guardian, ‘Interview: Marina Abramović’, 2010 <https://www.theguardian.com/artanddesign/2010/oct/03/interview-marina-abramovic-performance-artist> [9 januari 2022].

Ruhé, H. en F. van Burkom, “Ook een kunst…’ Installaties en Performances van/door tien Kunstenaars, Geregistreerd’, Ministerie van CRM (1982). 

Virtueel Platform, ‘Nederlands Instituut voor Mediakunst sluit eind 2012’, 2012 <http://archief.virtueelplatform.nl/nieuws/nederlands-instituut-voor-mediakunst-sluit-eind-2012