background
Color, Code, Communication at Museum Folkwang, 2023 Photo by Gert-Jan van Rooij
Interview Nu te zien

Blog

26-07-23

In gesprek met Rafaël Rozendaal

'Ik evolueer van onderwerp naar beweging'

Auteur Ive Stevenheydens

Sinds de eeuwwisseling maakt de kunstenaar Rafaël Rozendaal (1980, Amsterdam) bijzonder creatieve websites. Interactief, doch vaak eerder abstract van aard, lijken ze ogenschijnlijk eenvoudig, kleurrijk en speels. Rozendaal maakt ook werken op papier, video's en zo veel meer. Tot eind augustus loopt in Museum Folkwang (Essen, Duitsland) zijn tentoonstelling Color, Code, Communication. Ive Stevenheydens sprak met hem over de evolutie van het internet, NFT en het verschil tussen analoog en digitaal bezig zijn.

Ive Stevenheydens (IS): Je vroege websiteprojecten dateren uit 2001, met www.whitetrash.nl als allereerste. Waarom heb je voor het internet als medium gekozen?

Rafaël Rozendaal (RR): "Ik zat in de jaren negentig op de kunstacademie, eerst in Den Haag en later in Maastricht. Daar probeerde ik allerlei dingen uit: video, schilderen, sculptuur, enzovoort. Toen ik begon met de computer had ik het gevoel dat ik voor het eerst iets maakte dat echt nieuw aanvoelde. Ik wilde iets doen dat niet meteen aan het verleden of aan bestaande dingen deed denken. Ik zocht naar een onafhankelijke distributie, geïnspireerd door DIY cultuur, buiten de bestaande structuren van de kunstwereld. Spelen met de computer en het internet leidde tot een oneindige verspreiding. Ik had ook het gevoel dat ik met mijn werk geen enkele kans maakte bij galeries of musea. Online kon ik echt mezelf zijn."

IS: Hoe is je werk in de tussentijd geëvolueerd?

RR: "Ik weet niet precies hoeveel sites ik heb gemaakt, maar er staan er nog zo'n 110 online. Een aantal dingen heb ik gewist, omdat ik ze in de tussentijd niet meer relevant vond. Inhoudelijk zie ik mezelf evolueren van onderwerp naar beweging. In het begin maakte ik eerder figuratieve dingen.
Ik vergelijk het graag zo: eerst was mijn werk een zelfstandig naamwoord en later werd het een werkwoord. Op een gegeven moment stond het onderwerp in de weg van wat ik echt wilde onderzoeken: de dynamiek of de beweging, of de energie van het werk zelf. Mijn output is abstracter geworden. Heel weinig laten zien is meestal beter dan heel veel willen tonen. De invloed van de mobiele telefoon maakte op een gegeven moment mijn werk ook eenvoudiger: indertijd hadden die dingen minder computerkracht en moest ik mijn zaken dus reduceren. Dat was een interessant probleem."

IS: In al die jaren is het internet fel geëvolueerd. Internet werd eerst gezien als iets verlossends, nu zijn we er allemaal afhankelijk van. De commercie domineert, algoritmes analyseren ons doen en laten... Hoe ga je daar mee om?

RR: "Wat ik probeer te onthouden is dat het internet in het begin heel klein was. Dat bestaat nog steeds, maar social media werd veel groter. Er is niks verdwenen. Social media is gewoon de vervanger van televisie, met heel veel kijkers. In verhouding met de Kardashians heb je minder volgers op het internet."

Color, Code, Communication at Museum Folkwang, 2023 / Photo by Gert-Jan van Rooij

IS: We zitten in de overgang van Web2 naar Web3, hetgeen het potentieel inhoudt om de aard van het internet te veranderen van netwerken die eigendom zijn van bedrijven naar controle door gebruikers. In het kort zou je Web3 kunnen omschrijven als lezen/schrijven/bezitten. Welke impact heeft dat op je werk?

RR: "Mijn werk had en heeft altijd aansluiting bij een ruimer publiek dan dat van de kunstwereld. Veel van die mensen volgden en volgen mijn werk maar vonden de stap om een galerie te benaderen en mijn werk te kopen moeilijk. Nu dit direct kan op het internet, is mijn publiek meer bij de verkoop van mijn werk betrokken. Mijn eigen platform is helemaal onafhankelijk en gaat in die zin eigenlijk helemaal terug naar Web1."

IS: Denk je dat AI de rol van kunstenaars over kan nemen? Hoe zie je dat?

RR: "Ik ben totaal niet onder de indruk van AI. Ik vind het gewoon een morphing tool. Er kwam ooit de clip van Michael Jackson, Black or White, en toen kon je de gezichten veranderen. Dat was toen heel knap. Maar als je dit nu terugziet is het best knullig. Misschien ben ik een beetje dom, maar alles wat ik zie met AI kan me niet inspireren. Je kan Vermeer mixen met The Simpsons, maar wat heb je daar aan? Iedereen denkt en zegt dat het in de toekomst nog veel beter wordt. Maar je kan niet altijd dingen extrapoleren. Social media zijn nu erg vervelend, maar die worden over tien jaar beter. Dat is niet zo!"

IS: Je verkoopt je werk via het principe van Non-Fungible Tokens of NFT. Dat komt er op neer dat een verzamelaar of koper een digitaal bestand aanschaft met al dan niet exclusieve eigendomsrechten.

RR: "Financieel fluctueert het erg. In 2021-22 ging mijn verkoop schokkend hoog en verdiende ik heel veel geld. Nu is het een stuk kalmer. Maar het gaat wel. Dankzij de opbrengst van de afgelopen jaren kan ik nu heel experimenteel werken. Ik zie mijn NFT inkomsten als een beurs die me de ruimte geeft om een aantal jaar te experimenteren. Ik reken er in de toekomst echter niet op. De prijs van mijn werk ligt niet aan de kwaliteit, maar aan de hype rond het medium. Je kan het vergelijken met apps op de mobiele telefoon. In het begin kon je met een stom idee veel geld verdienen. Nu is het de markt van apps genormaliseerd. Zelf maak ik meer werken in series in plaats van unieke stukken, hetgeen de waarneming van veel mensen intensifieert."

IS: Hoe verhoudt zich de cirkel van de NFT-verzamelaars tot de 'klassieke' wereld van de galeries en de kunstbeurzen?

RR: "Er is een overlap, als een venndiagram van twee ovalen met een kruising in het midden. Voor mij is het duidelijk dat de klassieke kunstwereld niet gemaakt is om alle menselijke creativiteit te ondersteunen. Er leeft meer creatie en energie die daar niet in past. Ik zweef ergens tussenin. En er zijn ook heel wat mensen die zich echt niet thuis zullen voelen in de kunstwereld. Zelf ben ik opgegroeid met bijzonder kunstminnende ouders, maar ik hield als kind ook ontzettend van stripverhalen, MTV enzovoort. Vroeger bestond er nog een groot verschil tussen die werelden. En die schotten zouden nu zogezegd weg zijn. Daar ben ik niet helemaal zeker van."

Times Square, Midnight Moment, NYC 2015 / Photo by Michael Wells

IS: Wat is volgens jou de beste manier om dit soort digitaal werk te verdelen, te preserveren en te archiveren?

RR: "Het klassieke model van preservatie en conservatie is gebaseerd op angst. Het achterliggende idee is dat het kunstwerk in een perfecte staat is op het moment van creatie dat en de tijd het werk kapot zal maken. Op een oneindige tijdlijn zal dit werk vergaan: we zullen nooit het schilderij van een Malevich of Mondriaan kunnen zien zoals op het moment dat het klaar was in het atelier. Met digitaal werk is het net het omgekeerde. De kleuren, de resolutie en de framerate worden veel beter door de tijd heen. Eigenlijk zie ik een fysiek werk als een eindpunt, waarna het langzaam vergaat. Een digitaal werk vormt een beginpunt waarvan in de tijd de displaytechnologie steeds beter zal worden. In mijn begindagen kon ik me niet voorstellen dat ik iets 3 bij 3 meter of 20 bij 20 meter zou laten zien. Misschien hebben we over twintig jaar een soort van digitaal behang waarmee je om de hoeken van de kamer elk soort werk kan bekijken. Ik plaats digitaal werken in de traditie van de jaren zestig: toen dematerialiseerde kunst en gaven makers enkel instructies om een werk te beleven. Of ook in de traditie van boeddhistische zandschilderijen die met de hand worden gemaakt en elke keer weer vers worden uitgevoerd. Mijn eigen werk is helemaal niet gekoppeld aan een bepaalde displaytechnologie die je altijd op een oud schermpje hoort te bekijken. Dat past helemaal niet bij me."

IS: In 2011 startte je met het platform Bring Your Own Beamer (BYOB) Wat is dat precies?

RR: "Het cureren van nieuwe mediakunst is heel moeilijk, alleen al omdat de apparatuur zo duur is. Ik woonde in Berlijn en heel veel vrienden maakten bewegend beeld en hadden ook een beamer thuis. Zo ontstond het idee om tentoonstellingen te maken van één avond waar iedereen zijn eigen apparatuur meebracht. Opereren als een collectief is veel sterker, en op die manier kunnen we heel snel een tentoonstelling maken. Anne de Vries had in Berlijn een studio met een rond plafond, als een soort van metrotunnel. We nodigden op een zomeravond zo'n dertigtal kunstenaars uit. Alles verliep heel ontspannen en spontaan. De meeste (groeps)tentoonstellingen kennen een moeilijke opbouw. Kunstenaars voelen zich bovendien niet zelden al te weinig gewaardeerd, door de curator en het publiek. BYOB zit ergens tussen feest en tentoonstelling. In Berlijn bleek dit dermate leuk, makkelijk en effectief te verlopen dat ondertussen al meer dan 500 edities plaatsvonden - over de hele wereld. BYOB gaat terug naar de DIY-cultuur en maakt dus alles heel laagdrempelig. Het format is open source. Ik heb een handleiding gemaakt die je online kan vinden op www.byobworldwide.com."

IS: Je output beperkt zich lang niet tot het medium van het internet. Je maakt ook tal van werken op papier en publiceert (kunstenaars)boeken. Je maakte recentelijk ook een platenhoes voor de band Ploegendienst (het album Ik kwam april 2023 uit op Excelsior Recordings). Al die verschillende media lijken me samen te hangen. Hoe staan deze werken in relatie tot elkaar voor je?

RR: "Toen ik begon maakte ik vrijwel uitsluitend websites. De eerste stap naar fysieke kunstwerken kwam via een uitnodiging voor een tentoonstelling. Daarvoor werd ik verzocht  een lenticulaire uitnodigingskaart te maken. Na wat tests bleek een heel interessant medium voor mijn werk en één van mijn verzamelaars sponsorde me om dit op grootformaat te produceren. Ik had twijfels om fysiek werk te maken. Zoiets leek me de grens: ik wilde puur blijven. Maar nieuwsgierigheid blijft voor mij steeds de drijvende factor. Ik kijk naar een medium en stel me de vraag of ik er wat mee kan doen dat nog niet voorkwam."

IS: Wanneer en waarom beslis je dat een digitaal werk fysiek kan worden? En werkt dat ook andersom?

RR: "Het zijn dingen die op je pad komen. Ik heb een software gemaakt die Abstract Browsing heet, gratis te downloaden (www.abstractbrowsing.net). Daarmee kan je elke website abstraheren. Niet veel later werd ik uitgenodigd voor een residentie in Turkije om samen te werken met lokale ambachtsmensen. Ze weefden, en ik dacht dat we met Abstract Browsing wat met textiel zouden kunnen doen. Wat ik leuk vind aan fysiek werk, is dat je heel duidelijke keuzes moet maken. Je kan immers niet zo veel produceren. Het intensifieert de waarneming."

Nervous at Postmasters, Rome, 2019 / Photo by Giorgio Benni

IS: Een heel verrassende kant van je werk vind ik je Haiku. Die schrijf je in het Engels.

RR: "Ik ben vaak in Japan. Pas laat kwam ik er achter wat Haiku waren. Wat ik zo aantrekkelijk aan dat medium vind, is dat iedereen een andere render van je script leest. Haiku hebben geen vaste vorm. Qua conservatie is dit een hele goeie vorm. Je kan een beeld maken in tekst, en het beeld wordt gegenereerd in het hoofd van de lezer. Haiku zijn altijd totaal vers. Ze vervallen nooit. Het lukt me niet altijd om een goede te maken, maar het proberen telt."

IS: Hoe sta je tegenover het medium van een tentoonstelling? In een statement van Upstream Gallery lees ik "From my point of view: the Internet is like a waterfall, an exhibition more like an aquarium."

RR: "Een eigenschap van het internet is dat je fouten kan of mag maken. Niet elke foto, video of tekst hoeft perfect te zijn. Als je een uitnodiging krijgt van het MoMA ga je wel twee keer nadenken wat je wil laten zien. Ik vind die spanning daartussen heel boeiend, tussen spontaan creëren en gefocust uitkiezen. Ik geniet van de spontaniteit van het internet en van de concentratie van het selecteren. In mijn werk probeer ik het idee van hiërarchie los te laten, en kies ik dat werk of die combinatie van werken die me het beste samen in een bepaalde ruimte lijken te werken."

IS: Op dit moment loopt in Museum Folkwang te Essen je tentoonstelling Color, Code, Communication. Wat wil je de bezoeker meegeven?

RR: "Daar heb ik geen idee van. Over zoiets denk ik nooit na. Een startpunt is dat het museum in de vroege jaren zeventig begon met het verzamelen van fotografie. Dat was destijds nieuw voor hen. Nu NFT kwam, startte het museum met het verzamelen van die zaken. Ik werd uitgenodigd als kunstenaar om hier een start mee te maken."

IS: Een hoogtepunt in de tentoonstelling is de monumentale installatie 81 Horizons (2021). Daar loopt de bezoeker in de grote tentoonstellingshal door een werk van meer dan 1.000 vierkante meter. Je speelt met de kunsthistorische topo's van de horizonlijn, wat resulteert in abstracte monochrome kleurvelden.

RR: "Dit gaat terug op mijn conceptie van de waterval en het aquarium. Ik wilde vooral dit werk laten zien, in installatievorm. De curator schrok van mijn voorstel, maar uiteindelijk kreeg ik meerdere ruimtes in het museum en in de stad Essen ter beschikking."

Color, Code, Communication at Museum Folkwang, 2023 / Photo by Gert-Jan van Rooij

Rafaël Rozendaal, Color, Code, Communication. Tot 20 augustus 2023 te zien in Museum Folkwang, Essen. www.museum-folkwang.de

IS: Hoe belangrijk is het zoeken naar schoonheid voor je? En wat is het belang van humor?

RR: "Voor mij gaat kunst over de frictie tussen de persoonlijkheid van de maker en de eigenheid van het materiaal. Een bepaald persoon gedijt beter met verf, een ander met performance. Schoonheid vind ik een moeilijk begrip. Uiteindelijk is dat totaal subjectief en heeft het geen zin om daarover te praten. Het gevaar is dat schoonheid zich op traditie baseert: het gaat terug op wat al bevestigd is. Als je nieuwe dingen maakt, is dat vaak lelijk of raar. In het begin van mijn werk hadden veel mensen zoiets van "dat is geen kunst". Dat vond ik altijd een compliment! Humor is ook een val. Ik zie kunst als een schaakspel met mezelf, je experimenteert en je vertrouwt op je persoonlijkheid en je intuïtie."

IS: Je had het al even over je ouders. Wat is je achtergrond? En zijn er kunstenaars waar je je mee zou willen vergelijken? Wie of wat was er van invloed voor je werk?

RR: "Mijn moeder is opgeleid als architect en mijn vader is een kunstschilder die als leraar werkte. Er waren altijd materialen in huis, een kunstatelier en natuurlijk ook de televisie. Tekenfilms en MTV waren heel belangrijk voor me. Qua inspiratie is de schilderkunst heel erg aanwezig. Het idee van kijken is genoeg, om zodoende het narratief op de achtergrond te zetten. Ik heb een eindeloze lijst van invloeden, met heel veel dingen buiten musea: van strips over computerspellen, platenhoezen enzovoort. De energie van de eerste hoes van The Sex Pistols (Never Mind The Bollocks Here's The Sex Pistols, IS) was zeker bepalend. Diezelfde kracht straalt uit de schilderijen van Frank Stella of Peter Halley. Ik hou ook heel erg van verstilling. En dan denk ik aan Vermeer enzovoort. De inspiratiebronnen zijn eindeloos."

IS: Je bent geboren in Nederland en hebt Braziliaanse roots, je woont en werkt in New York. Wat heeft die stad te bieden?

RR: "Ik probeerde Tokio, Berlijn, Los Angeles, Parijs enzovoort. Dat was het allemaal niet. In New York ontmoette ik mijn vrouw. Deze stad is een soort van vergrootglas: wat hier gebeurt is zichtbaar voor de hele wereld. Er is hier veel te doen en te zien en mensen zijn vaak enorm enthousiast. Dat inspireert me dagelijks."

IS: Wat brengt de toekomst?

RR: "Mijn leven verloopt heel constant. Ik ga gewoon door. Ik geniet erg van het dagelijkse leven, ik geniet heel erg van de dingen die ik doe. Ik ben heel blij met mijn leven."

Rafaël Rozendaal, Color, Code, Communication. Tot 20 augustus 2023 te zien in Museum Folkwang, Essen. www.museum-folkwang.de

Een ware schatkamer van werken van Rafaël Rozendaal is te bekijken en te beleven op www.newrafael.com - waaronder ook zijn Haiku’s.

Ive Stevenheydens is schrijver en curator